Nadabrahma – klank, stem & bewustzijn

Blogs ingedeeld als ‘Rondom yoga’

Wandeloefening 2

15 september 2008 · Laat een reactie achter

Een ademoefening die je goed kunt combineren met een stevig wandeltempo, is de wisselende ademhaling (nadi sodhana). Je ademt afwisselend door je linker- en rechterneusgat.

De Svara Yoga ontdekte al duizenden jaren geleden dat we bij een normale ademhaling niet door beide neusgaten tegelijk ademen. Een van de neusgaten is meer geopend en elke paar uur wisselt de dominantie. Inmiddels heeft ook de westerse wetenschap aangetoond dat deze nasale cyclus samenhangt met de hersenfunctie. Als je rechterneusgat het meest open is, dan wordt er een grotere electrische activiteit in je linkerhersenhelft gemeten. Nadi sodhana heeft dan ook tot doel de activiteit in beide hersenhelften meer in balans te brengen.  

Dit is het patroon:
- inademen door je linkerneusgat
- uitademen door je rechterneusgat
- inademen door je rechterneusgat
- uitademen door je linkerneusgat
enzovoort: L in, R uit, R in, L uit.

Je start altijd met links!

Meestal voer je deze oefening fysiek uit: je sluit je met je vingers de neusgaten om de beurt af. In dit geval doe je het mentaal: je brengt je aandacht naar een van beide neusgaten. Je hoeft je niet druk te maken over de vraag of je adem nu werkelijk via de gewenste neusgaten loopt.

Hoe verandert jouw waarneming wanneer je dit doet?

.

Categorieën: Alle berichten · Brein · Rondom yoga
getagged: , , , , , , ,

Het mysterie van de hersenstam

22 juli 2008 · 3 Reacties

‘Waarschijnlijk bestaat levenskunst erin, dat het verstand, wetend waarnaar het zoekt, ruimte maakt voor het instinct, opdat dit vindt waar het niet naar zoekt.’ Zo beschrijft Tjeu van den Berk het centrale thema van zijn boek Het mysterie van de hersenschors.

De achterflap beschrijft het als volgt: ‘Als we de fysiologische basis van ons leven uit het oog verliezen, worden we schijnheilig en arrogant. Dan ontgaat ons de zin van alles. Ons verstand, gezeteld in de hersenschors, kan die zin wel blijven zoeken, maar steunend op eigen kracht zal ze die nooit vinden. Alleen onze instincten, gezeteld in de hersenstam, zouden die zin kunnen vinden, maar zullen die nooit bewust zoeken. Wijsheid is de onbewuste signalen van de hersenstam bewust weten te integreren in de hersenschors.’

Het is me nog steeds niet gelukt om dit boek een keer van voor naar achteren uit te lezen – het leest niet echt lekker weg. Toch beschouw ik het als een van de belangrijkste boeken in mijn boekenkast. Het is een intrigerend en inspirerend boek over de machtsstrijd tussen onze hersenstam (die onze basisfuncties regelt) en onze cortex (die een soort van rationele censuur uitoefent). Een worsteling uit het dagelijks leven, die ook in de klank yoga telkens weer zichtbaar – eigenlijk vooral hoorbaar – wordt.

De schrijver pleit voor meer aandacht voor onze basisfuncties (zoals slapen, dromen, eten, drinken, vrijen en ademhalen) – iets wat in zoveel levensbeschouwingen en spirituele bewegingen benadrukt wordt, maar dan vaak weer in zodanige regels en voorschriften wordt verpakt, dat het zijn doel direct weer voorbijschiet. Voor je het weet, zit je immers weer in een of andere corticale kramp…

Ter illustratie een stuk uit het boek [p 126 en 132 ev]:

‘Wat is aandacht? Zij is een waarnemen zonder een oogpunt van selectie, zonder inperkende categorieën, zonder bedoelingen van consumeren of produceren. Zij heeft alles te maken met een niet vooringenomen kijk op de werkelijkheid. Aandacht IS dan ook iets heel anders dan concentratie. Bij concentratie richt je je cortex op één bepaald punt. Het gaat dan om dit en niet om dat. Bij concentratie speelt steeds controle mee. Als je gedachten afgeleid worden, sleep je ze er weer bij. Concentratie leidt het denken van het ene punt naar het andere. Bij concentratie begeef je je letterlijk naar het middelpunt van de cirkel, bij aandacht echter gaat het om de cirkelende beweging zelf. Het gaat om een cirkel, waarvan, volgens de klassieke uitspraak van Empedocles het middelpunt overal en de omtrek nergens is. Bij aandacht is er geen centrum meer dat zegt: ik moet aandacht schenken. Je centreert je energie niet, je laat hem juist vloeien.

Weerstandsloos gewaarzijn
In een gebeurtenis die de communicatiedeskundige Watzlawick overkwam, komen we op het spoor van weer een andere karakteristiek van aandacht. Hij vertelt dat hij, na een lezing gegeven te hebben in een badplaats, wat gewandeld had op de boulevard en op een bank had plaats genomen, waarvandaan hij een prachtig uitzicht had over de zee. Opeens hoorde hij achter zich iemand tegen een conservenblikje aan schoppen. Het blikje rinkelde over de tegels en het lawaai hield maar niet op. Het stoorde hem en langzamerhand begon hij er zich mateloos aan te irriteren. In een plotselinge opwelling van boosheid draaide hij zich om, teneinde de blikjesschopper te verstaan te geven hiermee op te houden. Tot zijn stomme verbazing merkte hij toen dat een grote hond uitgelaten bezig was met een blikje te spelen. Het beest holde het achterna, sloeg het dan weer met zijn poot weg, enzovoort. Ineens was alle weerstand weg bij hem, hij draaide zich om, keek weer uit naar de zee, en het geluid van het blikje maakte deel uit van zijn aandachtsvolle houding. Het klonk hem als muziek in de oren. De afzondering tussen hem en het ‘lawaai’ was opgeheven. Waar je je als waarnemer niet afzondert van het waargenomene, daar is aandacht. Dat kan zijn in spel en werk, in rust en beweging, alleen en met anderen. Als je cortex zich bewust is van iets, bijvoorbeeld door bezig te zijn met het luisteren naar muziek, dan luister je al niet meer. Dan heb je je afgezonderd.

De schrijver Daudet beschrijft dat hij als kind neerknielde bij een geliefde dode. Hij was echter niet in staat tot werkelijke droefheid omdat hij zichzelf tevens in de ogen van de omstanders zag neerknielen. Hij kon dit theatrale gevoel niet van zich afzetten. Hij spreekt over de ‘homo duplex’ in ons! De aandachtige mens is juist een voorbeeld van eenvoud, zonder dat hij dat beseft overigens! Ieder mens kent bij tijden deze momenten. Het is alleen jammer dat we ze eerder aanvoelen als uitzonderlijk, als een toegift, dan als ons dagelijks voedsel. De werkelijkheid kunnen gadeslaan, laten voor wat zij is, is natuurlijk soms ook uiterst moeilijk. Je moet een situatie in het hier en nu onder ogen durven zien, je moet de dingen laten rijpen, bloeien en rotten. We willen steeds ingrijpen. De mooie dingen willen we bewaren en de slechte verdringen. We willen het licht grijpen zonder de duisternis. Dit brengt onophoudelijk conflicten met zich mee. Vol aandacht in het leven staan, heft de schaduw van dat leven niet op, maar wil zeggen: kunnen leven zonder weerstand te bieden aan de schaduwkanten ervan en zonder hebberig te zijn ten aanzien van de zonnige kanten. Aandachtig leven wil zeggen: de polaire spanning intact laten, je daaraan overgeven.
Een voorbeeld vanuit mijn eigen werk. Ik werk met mensen. Ik merk dan telkens weer, dat, wanneer ik ‘conflictloos’ weet te luisteren naar dat ‘lawaai’, wanneer ik uitspraken niet als persoonlijk ‘kwetsend’ of ‘lovend’ registreer en mij niet afzonder van het waargenomene, bijeenkomsten uitstekend verlopen.

In de gestalttherapie staat aandacht centraal. Het is daar het voornaamste instrument om veranderingsprocessen op gang te brengen. De grondlegger van deze therapie, Perls, gebruikte voor dit type bewustzijn de term ‘awareness’. De meeste mensen zijn wel ‘awake but not aware’! Lambrechts vertaalt dit Engelse woord met’ gewaarzijn’, een prachtige omschrijving van ‘aandacht’. Het gaat daarbij, schrijft hij, om een horen zien en voelen van wat is, om die directe ervaring die denken en weten achterwege laat, om een verbinding tussen ‘ontvankelijk wedervaren’ en ‘actief zoeken’. ‘Ontvankelijk wedervaren’ en ‘actief zoeken’; tussen deze twee polen diende juist de jongen hierboven zijn weg te vinden.
Bij ‘gewaarzijn’ gaat het volgens Lambrechts om ‘leeg zijn’, en hij verwijst daarbij naar de beroemde elfde paragraaf uit de Tau-Te-Tsjing, één van de meest diepzinnige, spirituele geschriften van de mensheid.


‘Al verenigt men dertig spaken in één naaf, in wat er niet is, ligt de bruikbaarheid van de wagen. Al wordt leem gevormd tot vaatwerk, in wat er niet is, ligt de bruikbaarheid van het vaatwerk. Al worden deuren en vensters uitgehakt om een huis te maken, in wat er niet is, ligt de bruikbaarheid van het huis. Daarom zijn voordeel doende met wat er is, maakt men gebruik van wat er niet is.’


Het gaat uiteindelijk om aandacht voor de ‘holle naaf’, het ‘lege vaatwerk’; het gaat hierboven om ‘die stilte in de hersenschors’. Lambrechts geeft het volgende commentaar op de Chinese tekst. ‘Die leegte laat het gewaarzijn toe te stromen zoals de holte de klok laat bonzen of de trommel roffelen: de energie die we ‘leven’ noemen, stroomt ongehinderd. Ze is de vervullende leegte. Het deel van ons daarentegen dat bang is van die leegte, houdt ons gewaarzijn gevangen door drukdoenerij, gepraat, gepieker, machts- en seksspelletjes, emotionele hoogten en laagten… Vandaar dat toelaten voorwaarde is om te kunnen loslaten. [Dat is letterlijk bij Watzlawick het geval].’


Voor wie meer wil lezen de praktische info:

Het mysterie van de hersenstam. Over basisfuncties, psychosomatiek en spiritualiteit.
door Tjeu Van Den Berk
Verschenen in 2001 bij uitgeverij Meinema Pelckmans, Zoetermeer
ISBN 90 211 3858 1

.

Categorieën: Alle berichten · Brein · Rondom yoga
getagged: , ,

Eerst met links

18 juli 2008 · Laat een reactie achter

Door onze rechterhersenhelft te activeren, kunnen we het ‘hier en nu’ ervaren. Daarom begin je elke yoga-houding of ademhalingsoefening met links: je begint met je linkervoet naar achter te stappen, je rekt eerst je linkerzij of je ademt eerst door je linkerneusgat in. Daarmee spreken we onze rechterhersenhelft aan. De linkerzijde van ons lichaam wordt immers door de motorische gebieden van onze rechterhersenhelft aangestuurd.

Bij de evenwichtshoudingen zul je merken dat je op je ene voet meestal veel stabieler staat dan op de andere. Dan is het prettig om de oefening eerst op die ‘makkelijke’ voet uit te voeren, om je innerlijke stabiliteit te ervaren. Maar.. de ene keer blijk je stabieler te staan op je rechtervoet, de andere keer op je linkervoet. Met welke voet begin je nu?

Je neusgaten blijken goede voorspellers. Als er meer adem door je rechterneusgat stroomt, dan is er een grotere energietoevoer naar de rechterzijde van je lichaam. Die rechterkant kent dus ook meer ‘onrust’ en je linkerzijde is dan rustiger, stabieler. Dus: als je rechterneusgat meer open is, begin je met links. En andersom.

Met dit laatste komen we trouwens op het terrein van de Svara Yoga, die de effecten van de ademhaling door het linker- en/of rechterneusgat bestudeert en zo de energiestromen in ons lichaam optimaliseert.

 

.

Categorieën: Alle berichten · Brein · Rondom yoga
getagged: , , , , , ,

Twee werelden in ons hoofd

18 juli 2008 · Laat een reactie achter

Uit het verhaal van Jill Bolte Taylor:

‘Ons brein bestaat uit twee volledig gescheiden helften. Voor wie vertrouwd is met computers: onze rechterhersenhelft werkt als een parallelle processor, terwijl de linkerhersenhelft als een seriele processor functioneert. De beide hersenhelften communiceren met elkaar langs de ongeveer 300 miljoen vezels in de hersenbalk of het corpus collosum. Maar afgezien daarvan functioneren de hersenhelften volledig onafhankelijk van elkaar en verwerken ze informatie op een heel verschillende manier. Ze denken over totaal verschillende dingen, ze maken zich druk over totaal verschillende dingen en ze hebben elk een totaal verschillende persoonlijkheid.

Onze rechterhersenhelft gaat volledig over het hier en nu, over dit moment. Die denkt in beelden en het leert op een kinestetische manier, op basis van de bewegingen van ons lichaam. Via al onze zintuigelijke systemen stroomt tegelijkertijd informatie binnen, in de vorm van energie, die in onze rechterhersenhelft explodeert in een gigantische collage van gewaarwordingen over hoe dit moment eruit ziet, ruikt, proeft, voelt en klinkt. Ik besta uit energie en ben via het bewustzijn van mijn rechterhersenhelft verbonden met de energie van alles en iedereen in mijn omgeving.

Onze linkerhersenhelft is een volledig andere wereld. De linkerhersenhelft denkt lineair en methodisch, hier gaat het volledig om het verleden en de toekomst. De linkerhersenhelft is ontworpen om uit die gigantische collage van het huidige moment details te filteren. Details, details en nog meer details van details over dat huidige moment. Al die informatie wordt gecategoriseerd en georganiseerd. De linkerhersenhelft associeert het met alles wat we in het verleden ooit hebben geleerd en projecteert dat op al onze mogelijkheden in de toekomst. Onze linkerhersenhelft denkt in taal. Het is dat voortdurende gesprek in mijn hoofd dat mij en mijn innerlijke wereld verbindt met de buitenwereld. Het is dat kleine stemmetje, een calculerende intelligentie die me waarschuwt dat het tijd is om de was te gaan doen. Het is dat kleine stemmetje dat zegt ‘ik ben’. En zo gauw mijn linkerhersenhelft ‘ik ben’ tegen me zegt, ben ik afgescheiden. Dan word ik een ’single, solid individual’ – afgescheiden van de energiestroom om me heen en afgescheiden van jou.’

Yogi’s hebben al sinds duizenden jaren allerlei methodes ontwikkeld om bewust onze hersenhelften te ‘managen’ en te balanceren. Handig, want bij de meeste mensen in onze westerse maatschappij maakt de linkerhersenhelft overuren.

.

Categorieën: Alle berichten · Brein · Rondom yoga
getagged: , , ,

Wandeloefening 1

19 juni 2008 · Laat een reactie achter

Wanneer je in een stevig tempo wandelt, kun je dat combineren met verschillende vormen van pranayama (oefeningen waarmee je de adem en subtiele energiestromen in het lichaam beinvloedt).

Een eenvoudige oefening is Brahman Pranayama: je ademt in gedurende 4 stappen en je ademt uit gedurende 6 stappen.

Om het effect te versterken, kun je ook een mudra gebruiken. In het ritme van je stappen druk je je vingertoppen tegen elkaar: (1) duim tegen wijsvinger, (2) duim tegen middelvinger, (3) duim tegen ringvinger, (4) duim tegen pink en daarna start je de cyclus opnieuw.

Je komt met de 6 tellen halverwege een cyclus uit, maar na de volgende cyclus begin je weer op (1). Die onregelmatigheid is in het begin lastig, maar dat went. En het houdt je scherp: als je je aandacht er niet bij houdt, raak je uit je ritme.

De ritmische vingerbewegingen stimuleren de meridiaanpunten op je vingertoppen en daarmee ook de corresponderende gebieden in je lichaam. Omdat je met beide handen tegelijk bezig bent, activeer je ook de motorische gebieden in allebei je hersenhelften. Daardoor verbeter je de synchronisatie van je beide hersenhelften.

O ja, het beste moment om deze oefening te doen is een half uurtje voor het eten.

Bij mij heeft deze oefening onveranderlijk een sterk effect.
Ik ben heel benieuwd om te horen wat jouw ervaring is.

Categorieën: Alle berichten · Rondom yoga
getagged: , , , , ,