Nadabrahma – klank, stem & bewustzijn

Blogs ingedeeld als ‘Klank’

Blik op de Indiase muziek

23 november 2009 · Laat een reactie achter

De Indiase klassieke muziek is een van de oudste ononderbroken muziektradities in de wereld. Wanneer je er meer over wilt weten, merk je algauw dat ook in de Indiase muziek – net als in zoveel andere facetten van de Indiase samenleving – historie en mythologie onontwarbaar verstrengeld zijn.

Een van de meest inspirerende boeken over Indiase klassieke muziek die ik ken, is ‘The Classical Music of North India’, door Ali Akbar Khan en George Ruckert.

Het boek bevat onder meer een schat aan informatie over de verschillende klassieke stijlen, zoals dhrupad en khyal en hun historie, en over de complexe Indiase muziektheorie. Alle aspecten rond raga’s en ritmes worden op een toegankelijke manier besproken.

Door de vele anekdotes, citaten, verhalen en levensbeschrijvingen uit de gharana, de ’school’ of traditie (letterlijk ‘huis’: het huis van de leraar) geeft het boek een prachtig kijkje in de keuken van de Indiase klassieke muziekcultuur. Omdat het bedoeld is als lesboek voor beginnende leerlingen van de gharana geeft het je een kijkje van binnenuit – alsof je in het fotoalbum van de familie bladert en alle verhalen hoort die tijdens verjaardagen worden verteld.

Een flink deel van het boek bestaat uit composities en oefeningen in tien verschillende raga’s. Jammer genoeg is het nut daarvan beperkt wanneer je geen les hebt binnen de school van Akbar Khan.

De Indiase muziek draait om subtiele nuances, bewegingen en versieringen en shruti’s, microtonen die wij in onze toonladder niet kennen. De weergave in de (nog niet zo lang geleden ontwikkelde) Indiase muzieknotatie is daarom niet meer dan een grove geheugensteun. Je kunt composities simpelweg niet van papier leren. Ze worden binnen elke gharana generaties lang van meester op leerling doorgegeven. Om de continuiteit in deze orale traditie te handhaven, wordt enorme nadruk gelegd op de precisie: elk detail van de compositie moet exact worden gekopieerd van de leraar.

Maar als je zelf les hebt in Indiase muziek is het ondanks de beperkte bruikbaarheid toch heel interessant materiaal om te bestuderen.

Natuurlijk kun je ook op internet veel informatie vinden. Deze algemene introductie is interessant, maar onvergelijkbaar met de rijkdom van het boek.

Via de site van de Indiase uitgever is het boek voor 19 dollar te koop, een stuk goedkoper dan via Amazon etc. Ik heb zelf verschillende boeken bij deze uitgever besteld via internet en heb daar prima ervaringen mee. Je boek is mogelijk wel een tijdje onderweg..

.

Categorieën: Alle berichten · Klank
getagged: , , ,

Hoge frequenties activeren je brein

24 september 2009 · Laat een reactie achter

Mensen vinden het plezieriger om te luisteren naar klanken die veel (zeer) hoge frequenties bevatten. Japanse wetenschappers ontdekten dat bij het luisteren naar zulke klanken verschillende diepere hersenlagen worden geactiveerd. Ook produceerde het brein van de luisteraars meer ‘meditatieve’ alfa-golven, die zorgen voor een ontspannen en alert bewustzijn.

Met onze oren horen we die hoge frequenties niet: ons gehoor heeft een bereik tot zo’n 20.000 Hz. Al lang is bekend dat natuurgeluiden heel veel hoge frequenties bevatten, tot soms zelfs meer dan 100.000 Hz. Omdat we al sinds mensenheugenis tussen zulke omgevingsgeluiden hebben geleefd, mag je verwachten dat we een of andere fysiologische gevoeligheid voor de hogere frequenties hebben ontwikkeld, redeneerde het Japanse onderzoeksteam.

De onderzoekers lieten hun proefpersonen luisteren naar Balinese gamelan-muziek die bekend staat om de rijkdom aan voortdurend wisselende boventonen – klanken met veel ‘Brillanz’, zeggen ze in Duitsland.

Als de proefpersonen alleen de ‘onhoorbare’ hoge frequenties kregen aangeboden, namen ze niets waar en reageerde hun brein ook niet. Het ‘hypersonisch effect’, zoals de onderzoekers het noemen, treedt alleen op bij de combinatie van de lage en hoge frequenties. “Het lijkt alsof de lagere frequenties fungeren als een informatiedrager voor de hoge frequenties”, schrijven de onderzoekers.

De gemeten hersenactiviteit laat zien dat zulke complexe, rijke klanken niet alleen door ons auditieve systeem verwerkt worden, maar via een andere weg inwerken op ons zenuwstelsel. Er ontstaat een grotere activiteit in evolutionair oude delen van de hersenen, zoals de thalamus, die als een soort schakelstation tussen verschillende hersengebieden fungeert, en de hersenstam.

Het onderzoek bevestigt de stelling van de Franse KNO-arts Tomatis: door hoge frequenties wordt je brein ‘opgeladen’. Hij stelde vast dat mensen met depressieve klachten vaak een verminderd gehoor hebben voor hoge frequenties. Hij laat mensen therapeutisch luisteren naar speciaal gefilterde opnames van gregoriaanse zang en muziek van Mozart.

Het geluid van ruisende bomen, zingende vogels en klotsend water heeft dus een heilzame werking op ons. Je moet alleen wel echt naar buiten – een cd met natuurgeluiden mist waarschijnlijk juist de werkzame frequenties. Op cd’s en in andere digitale bestandsformaten wordt vaak ruimte bespaard door alle frequenties boven zo’n 15.000 Hz weg te filteren.

In donkere wintermaanden kun je ook thuis aan de slag. Tampoera’s zijn speciaal ontworpen om zoveel mogelijk Brillanz te produceren: je hoort hele melodieën boven de grondtonen uitwaaieren. En ook bijvoorbeeld rainsticks en ocean drums bevatten veel hoge frequenties.

Bron: “Inaudible High-Frequency Sounds Affect Brain Activity: Hypersonic Effect” door Tsutomu Oohashi et al. (Journal of Neurophysiology 83, 2000)
Wil je er meer over weten? Je kunt het hele artikel vinden op internet

.

Categorieën: Alle berichten · Brein · Klank · Tampoera
getagged: , , , , , , , ,

Laat je haar knippen!

12 augustus 2009 · Laat een reactie achter

Een zo ruimtelijk en realistisch mogelijk geluidsbeeld – dat is het ideaalbeeld van opnametechnici. Met Surround Sound of een 360 graden bioscoopgeluid weten ze ons te imponeren. Toch is het nooit helemaal ‘levensecht’. Dat komt vooral omdat onze oren zich niet zo makkelijk laten bedriegen: ze hebben immers het vermogen om heel precies de bron van een geluid te lokaliseren, in drie dimensies.

In de jaren tachtig kwam de Argentijn Hugo Zuccarelli met een opnametechniek die hij ‘holophonic sound’ noemde. Hij zegt dat de techniek gebaseerd is op de principes van het hologram, een speciale manier om laserlicht zo te projecteren dat een levensecht beeld ontstaat. Zoals een hologram een driedimensionaal beeld laat zien, zo laat ‘holophonic sound’ een driedimensionaal geluid horen. Daarbij maakt Zuccarelli naar eigen zeggen gebruik van de otoakoestische emissies van het oor.

Wat hij nu precies doet, heeft hij nooit willen onthullen. De weinige dingen die hij over zijn aanpak gepubliceerd heeft, zijn controversieel. Zijn theorie dat ons oor geluid lokaliseert via de otoakoestische emissies is volstrekte onzin, stellen allerlei deskundigen.

Ondertussen zijn de opnames wel verbluffend realistisch. Zo realistisch dat sommige luisteraars claimen dat ze zwavel ruiken bij het luisteren naar een holophonische opname waarin een lucifer wordt aangestoken.
Onderzoekers rapporteren dat deze opnames ook andere zintuiglijke sensaties in het brein van de luisteraar lijken te prikkelen. Zo zeggen sommige slechthorende luisteraars Holophonic Sounds te kunnen ‘horen’ – wellicht omdat het hun brein langs andere wegen stimuleert.

De opnametechniek is onder meer gebruikt door Michael Jackson (op zijn album ‘Bad’), Pink Floyd (‘The Final Cut’) en Psychic TV (‘Dreams less sweet’).

Een van de meest verbluffende voorbeelden die ik gehoord heb, is Haircut.

Om het effect goed te ervaren, moet je via een koptelefoon luisteren. De opname duurt enkele minuten. Het begin is nog niet zo spannend, maar halverwege wordt het echt fascinerend. Laat me weten of jij ook naar links keek!

Meer opnames kun je horen via de officiele website van Hugo Zuccarelli.

.

Categorieën: Alle berichten · Brein · Klank
getagged: , ,

Luistermoeheid

28 juni 2009 · Laat een reactie achter

Op het schermpje van je mobiel zie je nauwelijks verschil tussen een foto van twee of van tien megapixels. Maar op je computerscherm, en zéker op papier, zie je het maar al te goed. Voor geluid geldt hetzelfde.

Jaren geleden, toen gigabytes harde schijf nog veel duurder waren, werd een compressiemethode voor muziekbestanden ontwikkeld: het mp3-formaat. Schijnbaar ‘zonder hoorbare verliezen’ kon de bestandsgrootte van muziekbestanden worden verkleind tot ongeveer één tiende van de originele grootte. Signalen die zachter waren dan een bepaald niveau werden weggefilterd, net als bepaalde frequentiegebieden, die als onbelangrijk werden beschouwd.

Nog steeds wordt er gediscussieerd over de vraag of je het kwaliteitsverschil nu kunt horen of niet. Als je een cd hebt geript naar mp3-formaat, en je luistert op een redelijk goede installatie naar allebei de versies, dan zul je waarschijnlijk inderdaad geen waarneembare verschillen in de muziek kunnen aanwijzen. Wel zul je misschien horen dat het wat vlakker of ’saaier’ klinkt. Ook ervaar je vaak een verschil in ruimtelijkheid. En misschien merk je iets van een verschil in inspanning (of juist ontspanning).

Je zou de compressie kunnen vergelijken met een tekst waar alle klinkers uit zijn weggelaten. Zo’n tekst blijken we nog prima te kunnen lezen. Maar omdat het soms niet meevalt om de woorden te onderscheiden, vraagt het wel veel meer inspanning.

Zo werkt het ook met geluid: ook al zijn wij onszelf soms niet of maar gedeeltelijk bewust van de weggelaten informatie, onze hersenen luisteren op een andere manier. Onze oren registreren de onderliggende frequenties en onze hersenen verwachten een bepaalde samenhang in de informatie die ze zo ontvangen. Je hersenen merken de ‘gaten’ in de weergave dus wel degelijk op. Net als bij binaural beats gaan ze de ontbrekende frequenties invullen. En dat veroorzaakt luistermoeheid: omdat onze hersenen het zo vreselijk druk hebben met het gaten vullen, is luisteren niet meer zo ontspannend als het vroeger was.

Bovendien bevat gecomprimeerde digitale muziek niet of nauwelijks hoogfrequente informatie. Om dat te ‘compenseren’ is het geluid zo bewerkt dat het scheller klinkt. Ons oor en ons brein registreren zulke vervorming en ze missen de hoge frequenties. Die zijn juist het voedende element in geluid, ontdekte de Franse KNO-arts Tomatis. Ook dat is een oorzaak voor luistermoeheid.

Experts wijzen op nog een andere reden, die overigens ook geldt voor de ‘gewone’ cd’s van de laatste jaren: muziek wordt steeds ‘luider’ geproduceerd, met steeds minder dynamiek. En zo’n constante hoge geluidsdruk is niet alleen vermoeiend, ook het risico op permanente gehoorschade is daardoor groter.

Inmiddels lijkt er langzaam iets te veranderen. “Vijftien jaar lang gebeurt er niets”, schrijft mastering engineer Sander van der Heide op zijn weblog. “En opeens zit je twee keer in één week met collega-mastering engineers in een forum over het ‘grote probleem’ te praten. Eindelijk wordt men zich bewust dat de gemiddelde luisteraar moe wordt van de muziek van tegenwoordig, luistermoe.”

 

De sterkte van compressie wordt aangegeven door de ‘bitrate’ van het bestand. Een cd heeft een bitrate van 1440 kbps (kilobits per seconde). Mp3-bestanden hebben bitrates tussen de 128 en 320 kbps. Nu zelfs terabytes aan opslagcapaciteit al heel betaalbaar zijn, verliest het mp3-formaat zijn voordelen – alleen voor draagbare spelers speelt het nog een rol. Inmiddels zijn er verschillende methoden ontwikkeld om een audiobestand kleiner te maken zonder dat er informatie verloren gaat. Bijvoorbeeld FLAC is zo’n ‘lossless’ formaat. Ook in Windows Mediaplayer kun je een cd rippen in een formaat zonder kwaliteitsverlies.

.

Categorieën: Alle berichten · Klank
getagged: , ,

Bromtoon bepaalt status

11 maart 2009 · Laat een reactie achter

Uit ‘De aap in ons’ van Frans de Waal:

Wetenschappers beschouwden de frequentieband van 500 Hz en lager in de menselijke stem als betekenisloze ruis, omdat als een stem gefilterd wordt en alle hogere frequenties verwijderd worden, je slechts een lage bromtoon hoort. Alle woorden gaan verloren. Maar toen ontdekte men dat deze lage bromtoon een onbewust sociaal instrument is. Hij is voor iedereen anders, maar in de loop van een gesprek zijn mensen geneigd om daarin naar elkaar toe te groeien. Ze komen op een enkele bromtoon uit, en degene die zich aanpast is altijd degene met de laagste status. Dit werd voor het eerst aangetoond in een analyse van de televisieshow Larry King Live. De gastheer, Larry King, paste zijn timbre aan aan dat van gasten met een hoge rang, zoals Mike Wallace of Elizabeth Taylor. Gasten met een lagere rang pasten daarentegen hun timbre aan aan dat van King. De duidelijkste aanpassing aan Kings stem, was van de voormalige vice-president Dan Quayle, die daarmee blijk gaf van een gebrek aan zelfvertrouwen.

Deze spectraalanalyse is toegepast op de televisiedebatten van Amerikaanse presidentskandidaten. In al de acht verkiezingen tussen 1960 en 2000 kwam de stemming van het grote publiek overeen met de stemanalyse: de meerderheid van de mensen stemden voor de kandidaat die vasthield aan zijn eigen timbre en niet op degene die zich aanpaste. In sommige gevallen waren de verschillen extreem groot, zoals tussen Ronald Reagan en Walter Mondale. En pas in 2000 werd met George W. Bush een kandidaat gekozen die een enigszins ondergeschikt stempatroon vertoonde. Maar dat was niet echt een uitzondering op de regel omdat, zoals de Democraten zo graag benadrukken, het grote publiek op Al Gore stemde, de kandidaat met het dominante stempatroon.

Onder de radar van het bewustzijn communiceren wij dus statusinformatie telkens als wij met iemand praten, in persoon of aan de telefoon.

(pagina 59)
.

Categorieën: Alle berichten · Klank · Stem
getagged: , , ,